english

6. Jozefs geheim onthuld

Genesis 41 vers 25 tot 45

Jozef heeft goed naar de dromen van de farao geluisterd. Hij begint rustig te vertellen.
‘Beide dromen betekenen hetzelfde, majesteit’, zegt hij. ‘God wil u bekendmaken wat er gaat gebeuren. Die zeven dikke koeien zijn zeven jaren, dezelfde jaren als die zeven mooie aren. Die zeven magere koeien zijn ook zeven jaren, dezelfde jaren als die zeven dunne aren. God geeft zeven jaren van overvloed aan Egypte. Daarna volgen er zeven jaren van hongersnood. In die laatste zeven jaren zal niemand zich nog de jaren van overvloed herinneren. De hongersnood wordt zo’n ramp, dat het hele land verloren dreigt te gaan. U heeft twee keer iets met dezelfde betekenis gedroomd, omdat God het echt meent.’

De farao trekt wit weg. Het is nog erger dan hij had gedacht. Er is dus een ramp op komst waar zijn hele rijk in meegesleurd zal worden.
Zijn raadslieden houden de adem in. Wat moet er nu gebeuren?

Maar Jozef is nog niet klaar.
‘U zou er goed aan doen om krachtige maatregelen te nemen’, zegt hij. ‘Om de hongersnood voor te zijn zou u een wijze persoon moeten aanstellen die voorraden kan aanleggen. Hij zou opzichters de opdracht moeten geven om in de jaren van overvloed een vijfde deel van de oogst in te zamelen. Zij moeten erop toezien dat het graan zuinig bewaard wordt. Op die manier heeft Egypte genoeg voorraad als de slechte jaren komen en hoeft niemand om te komen van de honger.’

De farao staat verbaasd over zo veel wijsheid. Hij is onder de indruk van dit plan. Ja, vindt hij, zo moet het gebeuren.
Ook zijn regeringsbeambten stemmen ermee in.
‘En ik weet wel wie ik hiervoor moet aanstellen’, zegt de farao. Hij wijst naar Jozef. ‘Is er iemand anders die zo vol is van de Geest van zijn God?’
Op dat moment legt God de farao in de mond wat Jozefs geheim is: hij is vol van Gods Geest.

‘Jij zult mijn onderkoning zijn’, zegt hij. ‘Doe wat je God je ingeeft voor Egypte. Iedereen zal naar jou luisteren. Alleen mijn troon staat boven jou.’
De farao schuift Jozef zijn zegelring om de vinger, slaat hem zijn gewaad om de schouders en hangt hem zijn gouden ketting om de hals. Hij geeft hem een Egyptische naam die zijn geheim onthult: Safenat-Paneach, wat betekent ‘God spreekt en geeft leven’. Hij krijgt ook een prachtige paard en wagen, na die van de farao de mooiste van het rijk.
Iedereen moet nu voor Jozef buigen, hem eerbied bewijzen en doen wat hij zegt.